Volgens de traditie zijn er vier hoofdstelsels, maar voordat we deze bespreken gaan we in op tantra-yoga, omdat deze vorm van yoga van grote invloed is geweest op de overige yogastelsels.
Tantra-yoga
- tantra volgens Swami Satyananda Sarasvati
- tantra en seksualiteit
Hoewel tantra-yoga al eeuwen voor Christus beoefend werd, wordt de naam tantra pas tegen de 6e eeuw na Christus voor het eerst gebezigd. Vanaf de periode tussen 600 en 1200 na Christus raakte het in zwang in heel India en was het van invloed op de andere yogastelsels, de filosofie, godsdienst, ethiek en kunst. Het tantrisme in de engere zin van een specifieke yogatraditie is systematisch vastgelegd in de zogenaamde tantras van het (Tibetaans) Boeddhisme en het Hindoeïsme. Het kenmerkt zich door een relatief ‘dualisme’ in de vorm van de leer van Śiva en Śakti. Śiva stelt het zuivere ‘Zijn’ voor en Śakti wordt voorgesteld als de dynamische kracht die in wezen één is met het Zijn. Śiva en Śakti, God en Godin, zijn samen Eén. Het realiseren van het allesomvattende zijn-worden-continuüm, het loslaten van de onwezenlijke dualiteit die gewoonlijk wordt waargenomen, is het doel van het tantrisch pad van realisatie.
Volgens de bekende yoga- en tantraleraar swami Satyananda Sarasvati is tantra een veelomvattende wetenschap waarin iedere methode om de bewuste ervaring te verruimen, is onderzocht. Tantra is een onderdeel van de mensheid geweest vanaf het moment waarop de mens begon te graven naar de mysteriën van zijn eigen bestaan. Tantra is geen typisch Indiase filosofie. Ooit was tantra de spirituele praktijk van alle mannen en vrouwen op alle continenten. Er bestaat bewijsmateriaal dat tantra al voor de Atlantische beschaving werd beoefend, teneinde de werkelijkheid beter te kunnen zien en ervaren. Tantra is het oude spirituele erfgoed van de mensheid.
Wat is bewustzijnsverruiming? Verruiming betekent het afrekenen met de beperkingen van de individuele geest. Tantra beschouwt het bewustzijn als een homogene entiteit. Zelfs zonder de associatie met de zintuigen is het mogelijk om kennis, cognitie en waarneming te hebben. Normaal gesproken bezitten we deze bovenzintuigelijke waarneming niet, omdat ons bewustzijn niet de kans geboden wordt om zijn homogene aard te ervaren. De geest, het bewustzijn, is homogeen, maar niet het gehele bewustzijn functioneert. Als we weten hoe we stille gebieden van ons bewustzijn moeten activeren, kunnen we de homogene toestand van de universele geest ervaren en kunnen we totaal bewustzijn ervaren. Binnen het fysieke lichaam bestaat een aardse energiebron, waardoor de hersenen, het lichaam en de geest functioneren. Bovendien is er een transcendente bron van energie, die bekend staat als kundalini. In tantra wordt kundalini-yoga beoefend teneinde deze energie vrij te maken, om via de cakra’s (energie-bewustzijnscentra) het gehele bewustzijn te verlichten. De cakra’s fungeren dan als schakelaar voor de hogere centra in de hersenen. Deze methode activeert de gehele psychofysiologische structuur.
De cakra's en de fysiologische uitwerking via de autonome zenuwplexi.
De wetenschappelijke experimenten van Dr. Motoyama* definiëren duidelijk het bestaan van de cakra’s. Gezien het belang hiervan voor de mensheid, verrichten, behalve Dr. Motoyama, veel wetenschappers in toenemende mate onderzoek naar deze methode.
* Dr. Motoyama is een vooraanstaand fysicus, parapsycholoog, yogaleraar en acupuncturist en ontwikkelde het zogenaamde Ami-apparaat, waarmee de uitwerking van de cakra’s op het meridiaan-, zenuw-, en hormoonstelsel aantoonbaar gemaakt kan worden.
Bij het zogenaamde linkerpad van de tantra-yoga vormt de seksuele vereniging tussen man en vrouw de ‘brug’ naar eenwording tussen Śiva en Śakti. Hier wordt seks niet gebruikt voor zelfbevrediging maar als doorbraak naar het transcendente niveau, waarin het onderscheid tussen man en vrouw en tussen biologische prikkels en geestelijke realisatie volledig weggevaagd wordt. Ter voorbereiding combineren de geliefden meditatie met een grote verscheidenheid aan rituele handelingen. In het westen geniet vooral deze vorm van tantra een toenemende populariteit.
De yoga van onderzoek langs de weg van het intellect (wie ben ik?), voortgezet tot voorbij de mentale begrenzing.
Deze yoga van innerlijk ‘weten’ (gnosis) leert de beoefenaar het werkelijke van het onwerkelijke, het eeuwige van het vergankelijke, en de menselijke persoonlijkheid van het bovenpersoonlijke zelf te onderscheiden, totdat uiteindelijk alleen het Zelf overblijft.
'Zowel zij die het Zelf gerealiseerd hebben alsook zij die dit niet hebben, duiden het lichaam aan met het woord 'ik'. Het 'ik' van de niet-gerealiseerde blijft echter beperkt tot de omvang van het lichaam, terwijl voor degene die het Zelf in het lichamelijk bestaan gerealiseerd heeft, het 'ik' als het onbegrensde Zelf straalt.'
- Ramana Maharshi
De yoga van liefde en toewijding die op het Absolute gericht is, hetzij door een voorstelling van het absolute, hetzij door een object of door een willekeurige persoon, in wie men het absolute ziet.
Hatha-yoga wordt over het algemeen beschouwd als onderdeel van het achtvoudige pad van de raja-yoga en wil evenwicht scheppen ze hebben tussen de positieve en de negatieve energieën in het lichaam.
Ons lichaam wordt door positieve en negatieve stromingen in leven gehouden. De positieve stroming wordt met ‘ha’ aangeduid, wat zoveel betekent als ‘zon’. De negatieve stroming wordt met ‘tha’ aangeduid, wat duidt op ‘maan’. Hatha-yoga betekent dus: een volkomen kennis van de energieën, hun vereniging in volkomen harmonie en de bekwaamheid om over deze te heersen.
Het zonkanaal begint onder aan de wervelkolom en eindigt via het rechterneusgat in de linker hersenhelft en het maankanaal beloopt dezelfde weg en eindigt via het linker neusgat in de rechter hersenhelft. Het zonkanaal beïnvloedt het sympathisch deel van het autonome zenuwstelsel en het maankanaal het parasympathisch deel. Als gevolg van voortdurende oefening verruimt de hatha-yogaleerling zijn bewustzijn en breekt het inzicht door dat deze twee levensstromingen niet slechts in hem wonen, maar dat alles wat leeft in ruimte en tijd, tot leven in staat is, omdat het polariteit en ritme in zich draagt. Hij begint het geheim der schepping te aanschouwen. Op het moment dat het scheppende principe uit het Absolute tevoorschijn treedt en zich splitst, worden de negatieve en de positieve pool, wordt de polariteit, geboren. Tussen beide ontstaat een pulserende band, het ritme wordt geboren, en de openbaring van het leven begint.
Deze polariteit kunnen we bij alle graden van levensuitingen vaststellen; polariteit en ritme brengen het ganse universum tot leven. Het in het heelal werkzame ritme wordt in de Indische mythologie door de dansende gestalte van de god Śiva gesymboliseerd. De dans is een openbaringsvorm van het ritme. Net als de aarde hebben mensen ook twee polen. De zetel van de positieve pool ligt bij de kruin van het hoofd (Śiva-bewustzijn). De negatieve pool ligt onderaan de wervelkolom (kundalini-śakti). Tussen de beide punten loopt een hoogspanningsstroom. Deze stroom is het leven.
Wanneer de energieën van zon- en maankanaal in volkomen evenwicht zijn, valt de polariteit weg, en wordt Kundalini-śakti één met Śiva. In de Indische mythologie wordt dit de vereniging tussen de god Śiva en zijn gemalin, de godin Śakti, genoemd, in het Christendom staat het bekend als het mystieke huwelijk (unio mystica) tussen de mysticus en God middels Christus. Wanneer deze eenheid niet slechts tijdens momenten plaatsvindt maar permanent is geworden, heeft de mens de hoogst denkbare staat van bewustzijn bereikt, het doel van menselijke evolutie. Van deze staat van Zelf-realisatie getuigen de grote wereldleraren door de eeuwen heen.
Hatha-yoga is geen doel op zich, maar schept de voorwaarde voor een zich steeds verder verdiepende yoga. De hatha-yogi's leren dein het lichaam werkzame krachten kennen en in balans brengen, zodat het lichaam geen hinderpaal meer vormt "op weg" naar Zelf-realisatie.
De yogapraktijk van het achtvoudige pad werd als eerste geclassificeerd door Patanjali, die de Yoga Sutra (yoga-aforismen) omstreeks de 5 e eeuw voor Christus samenstelde, gebaseerd op de leer van verschillende yogasekten. Hoewel het achtvoudige pad ook bij andere yogavormen een rol speelt, is het het meest kenmerkend voor de raja-yoga, de koninklijke yoga. De acht disciplines zijn:
Deze acht disciplines kunnen in vijf groepen worden ingedeeld:

Uit het bovenstaande blijkt dat er het nodige voorafgaat aan het bewustzijnsstadium, dat met meditatie te maken heeft. Geconditioneerd als we zijn met het richten van de aandacht op de buitenwereld via de zintuigen, is het niet zo eenvoudig de zintuigen uit te schakelen, laat staan het stadium van concentratie te bereiken, zoals bedoeld in de Sutra. In hoofdstuk 1 Sutra 2 schrijft Patanjali: " Yogas-citta-vrtti-nirodhah ." Vrij vertaald uit het Sanskriet betekent dit: 'yoga is de beheersing van de gedachtegolven van de geest.' Onze zintuigen zijn op de buitenwereld gericht en zien, horen, voelen, proeven en ruiken van alles en nog wat. De op een bepaald moment voor ons onnodige en ongewenste informatie slaan we op in het geheugen. De vele indrukken die daar zijn opgeslagen, vermengen zich met nieuwe indrukken en het associëren neemt geen eind. Functioneel denken is relatief weinig mensen beschoren. Meestal draaien we in kringetjes rond en wel zodanig dat we eronder kunnen gaan lijden en geen rust meer vinden.
Door de beoefening van de eerste zeven disciplines leren we het kaf van het koren scheiden, maar leren we bovenal dat er achter het 'rumoer' van het zogenaamde ego een 'stille getuige' is, onaangedaan door welke indrukken dan ook en voorbij de dualistische geest. Eeuwig vrij en eeuwig 'zijnde'. Alle religies en grote wijsheidstradities verwijzen ernaar. De bedoeling is dat je het zelf ontdekt en ervaart. Wijsheid, gelijkmoedigheid en vrede worden niet uit boeken geleerd. Boeken kunnen je op weg helpen, leraren kunnen je op weg helpen maar zoals bij alles in het leven, moet je de weg zelf gaan en door ervaring leren. Een goede leraar zal je altijd voorhouden dat de waarheid diep in jezelf besloten ligt.
'De paden die aangeduid worden als karma, bhakti, yoga en jnana zijn in feite één pad: namelijk onderzoek naar wie het is die daden verricht (karma), tekortschiet in toewijding (vibhakti), en lijdt aan verdeeldheid (viyoga) en ontwetendheid (ajnana). Door dit onderzoek blijkt het individuele 'ik' niet werkelijk te bestaan, en wat dan als de Waarheid overblijft is de staat van vertoeven-als-het-Zelf, waarin geen van deze negatieve kwaliteiten ooit hebben bestaan.'
- Ramana Maharshi
De yoga van handeling zonder gehechtheid, zonder eigenbelang, min of meer direct verricht voor het Absolute.
Hieronder staan enkele voorbeelden van yogavormen, die ook wel samen met de vier hoofdstelsels in diverse variaties en combinaties worden beoefend: